| Naam: | Bergvlier (Trosvlier) |
| Naam(L): | Sambucus racemosa |
| Orde: | Dipsacales 3.40 |
| Familie: | Muskuskruidfamilie |
| Familie(L): | Caprifoliaceae 133 |
| Vindplaats: | Springendal Ootmarsum Bosrand |
| Datum: | 07-07-2006/17-04-2009 |
| Voorkomen: | Vrij algemeen |
| Bijzonderheden: | Berg verwijst naar het voorkomen in hogere, koelere streken. Vlier gaat terug het Germaans “fludra”, de naam hangt waarschijnlijk samen met de holle stengel en het gebruik daarvan voor fluitjes. Sambucus komt van het Grieks sambyke en in het latijn sambuca dat muziek-instrument betekent. De plant met holhout geschikt voor instrumenten. Racemosa komt van het Latijns racemus = druiventros, verwijst naar de trosvormige groeiwijze van de bessen. |
| Culinair: | De rode besssen zijn rauw giftig, in Balkan en Scandinavië na koken of vergisting verwerkt tot jam, sap of wijn. |
| Medicinaal: | Schors en bladeren als braakmiddel of laxeermiddel maar gevaarlijk vanwege giftige stoffen. |
| Spiritueel: | Beschermer tegen kwade geesten. De “vliermoeder” was een beschermende, waarschuwende boomgeest. De rode kleur wordt in sommige tradities geassocieerd met levenskracht maar ook gevaar (beschermend en giftig). |



