| Naam: | Boerenwormkruid |
| Naam(L): | Tanacetum vulgare |
| Orde: | Asterales 3.41 |
| Familie: | Composietenfamilie |
| Familie(L): | Asteraceae 136 |
| Vindplaats: | Springendal Ootmarsum Langs weg |
| Datum: | 17-07-2006 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | Boerenwormkruid: Boeren: voor of van de boer. Worm: verwijst naar darmwormen. Kruid: plant met geneeskrachtige, nuttige eigenschappen. Samen: kruid dat boeren gebruiken tegen wormen. Tanacetum: van het Grieks athanasia = onsterflijkheid (kan slaan op de lange houdbaarheid van de bloemen, of op het gebruik bij balseming en conservering). Of van het Latijns Tanazita: oude naam voor deze planten soort. Vulgare: van het Latijn vulgaris = algemeen, veel voorkomend. Samen: de gewone boerenwormkruidsoort. |
| Culinair: | Vroeger werden bladeren en jonge scheuten als keukenkruid gebruikt bijv in pannenkoeken en omeletten in de vastentijd; de zogenaamde “wormkruid pannenkoeken”. Werd ook gebruikt om bier te kruiden voor de hop werd toegepast. Nu niet meer gebruikt. |
| Medicinaal: | Tegen worminfecties vandaar de naam. Als insecten werend middel onder beddengoed tegen vlooien en luizen; bloemen tegen muggen en vliegen. Bij koorts, reuma en spijsverteringsklachten. Werkzame stoffen thujon, bitters en flavonoiden. |
| Spiritueel: | In volksgeloof als amuletplant tegen onheil kwade geesten en hekserij. Vaak in huis opgehangen of verbrand bij rituelen om negatieve invloeden te verdrijven. In middeleeuwen verwerkt in lijkwaden en graven om ontbinding tegen te gaan. Christelijk verbonden met Pasen en verrijzenis; vandaar gebruik in paasgerechten ondanks de bitterheid. |


