| Naam: | Grote Weegbree |
| Naam(L): | Plantago major |
| Orde: | Lamiales 3.37 |
| Familie: | Weegbreefamilie |
| Familie(L): | Plantaginaceae 127 |
| Vindplaats: | Almelo Nordhornkanaal Ootmarsum Wegkant |
| Datum: | 26-07-20066 |
| Voorkomen: | Zeer algemeen |
| Bijzonderheden: | |
| Culinair: | Eetbaar en voedzaam. Jong blad rauw in salades of als spinazievervanger; licht bitter soms gekookt om bittere te verminderen. Zaden: Licht nootachtig, kunnen worden gemalen tot meel en toegevoegd aan pap. Historisch gebruik: Noodvoedsel in tijden van schaarste; vaak gebruikt door boeren en herders. |
| Medicinaal: | Bekend om zijn ontstekingsremmende, wondhelende en slijmoplossende eigenschappen. Toepassingen: Kompres van vers blad bij wonden, huidproblemen, brandwonden. Thee van blad bij hoest en verkoudheid. Bij maag- en darmproblemen. Werkzame stoffen: Aucubine werkt ontstekingsremmend en antibacterieel. Slijmstoffen werkt verzachtend voor de slijmvliezen. Tanninen werkt samentrekkend. |
| Spiritueel: | Al eeuwen geassocieerd met bescherming en genezing. Gebruikt in rituelen om ziekte en kwaad af te weren; beschermingsamulet tegen kwade invloeden. Keltische tradities: Weegbree werd gezien als heilige genezer van het volk. Symboliseert nederigheid, geduld, herstel. |



