| Naam: | Adelaarsvaren |
| Naam(L): | Pteridium aquilinum |
| Orde: | Filicales 2.2 |
| Familie: | Adelaarsvarenfamilie |
| Familie(L): | Dennstaedtiaceae 8 |
| Vindplaats: | Meinweg Bosrand |
| Datum: | 22-06-2007 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | |
| Culinair: | Vooral in Oost-Azië worden jonge opgerolde scheuten gegeten; ze worden altijd eerst gekookt, geweekt of gefermenteerd om de giftige stoffen te verminderen. In Europa zelden gegeten, soms in tijden van hongersnood. |
| Medicinaal: | In de volksgeneeskunde werd de plant vroeger gebruikt als: Middel tegen worminfecties. Behandeling van reuma, wonden en huidproblemen. als ontstekingsremmend kruid. Tegenwoordig niet meer gebruikt vanwege schadelijke giftige stoffen. |
| Spiritueel: | Volksgeloof: Geassocieerd met bescherming en onzichtbaarheid. In middeleeuwse verhalen geloofde men dat het dragen van varen of het mythische “varenbloemzaad” onzichtbaar kon maken, en bescherming bood tegen kwade invloeden. Symboliek: De naam adelaar verwijst naar kracht. Bescherming, verheffing. Gezien als planten met oerkracht verbonden met bossen en wilde natuur. |


