| Naam: | Bosbraam (Gewone braam) |
| Naam(L): | Rubus fruticosus gratus |
| Orde: | Rosales 3.26 |
| Familie: | Rozenfamilie |
| Familie(L): | Rosaceae 83 |
| Vindplaats: | Springendal Ootmarsum Bosrand |
| Datum: | 17-07-2006 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | Bos: verwijst naar de groeiplaats. Braam: uit Middelnederlands braeme dat zowel op de doornige struik als op de vrucht slaat. Rubus: Latijn voor braamstruik. Fructicosus: uit Latijn, frutex = struik en -opus = rijk aan, vol van (verwijst naar de dichte bossige groei). Gratus: Latijn voor aangenaam, geliefd. (Slaat op de vruchten). Samen: de aangename , struikachtige braam. |
| Culinair: | Bessen hebben intense complexe smaak: zoet en zuur, aards en wild. Heerlijk als jams of siropen. Gerechten met braam geassocieerd met zoete genezing, natuurlijke elegantie; oogsten wat spontaan groeit staat voor overvloed en vrijheid zonder controle. |
| Medicinaal: | Wortel gebruikt als samentrekkend middel door de looistoffen, helpt bij keelpijn, diarree en tandvlees problemen. Vruchten rijk aan vitamine C, antioxidanten en vezels, ondersteunen het immuunsysteem, reinigen bloed, gaan veroudering tegen. |
| Spiritueel: | Spiritueel een heel symbolische vrucht. Door de doornen naar het zoete; het leven is soms stekelig maar wie geduldig en voorzichtig is wordt beloond met iets kostbaars. In de Europese volksmagie gezien als beschermend tegen negatieve energie. Bramen rijpen van groen via rood naar zwart, staat voor persoonlijke ontwikkeling, rijping naar volwassenheid. Spirituele boodschap: “Door moeilijkheden groeit zoetheid”. In oude tijden werd de braam geplant aan de rand van erven om boze geesten buiten te houden. |


