| Naam: | Dauwnetel |
| Naam(L): | Galeopsis speciosa |
| Orde: | Lamiales 3.37 |
| Familie: | Lipbloemenfamilie |
| Familie(L): | Lamiaceae 123 |
| Vindplaats: | Springendal Ootmarsum Akkerrand |
| Datum: | 11-07-2007 |
| Voorkomen: | Zeldzaam |
| Bijzonderheden: | Dauw: Dauwdruppels blijven goed zichtbaar op de vaak glanzende stengel. Of: het uiterlijk van een brandnetel maar zonder brandharen. Netel: van het oud Nederlands netila en oud Germaans natilō, wat prikken of steken betekent. Galeopsis: uit Grieks galé = wezel en opsis = uiterlijk. Verwijst naar de vorm van de bloem, die volgens oude botanici deed denken aan een open muiltje van een klein roofdiertje. (Op een wezel lijkend). Speciosa: uit Latijn speciosus = mooi, sierlijk. Samen: de mooie wezel-uitziende plant. |
| Culinair: | Jonge bladeren rauw of gekookt, hebben een milde, kruidige, iets bittere smaak; bloemen eetbaar soms gebruikt als kleuraccent in salades. Beschouwd als een “armeluisvoedsel met helende kracht”. |
| Medicinaal: | Bekend als een mild maar effectief long- en zenuwkruid. Werkt slijmoplossend, zuiverend en herstellend na uitputting. |
| Spiritueel: | Kruid van adem, zachtheid, emotionele zuivering en innerlijke helderheid. In middeleeuwse kloostertuinen gekweekt tussen de “geneeskruiden van nederigheid”. |

