| Naam: | Dotterbloem |
| Naam(L): | Caltha palustris |
| Orde: | Ranunculales 3.12 |
| Familie: | Ranonkelfamilie |
| Familie(L): | Ranunculaceae 50 |
| Vindplaats: | Ulestraten Waterkant |
| Datum: | 25-04-2008 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | Dotter: verwijst naar eidooier (Middelnederlands dotere = dooier). Bloem: spreekt voor zich (bloeiwijze). Samen: bloem zo geel als een eidooier. Caltha: van het Grieks kálathos = mand of kelk. Verwijst naar de komvormige bloem. Palustris: Latijn voor “van het moeras”. Verwijst naar de natuurlijke groeiplaats. Samen: moerasplant met komvormige bloem. |
| Culinair: | Vroeger werden jong blad en bloemknoppen gegeten, maar omdat ze rauw giftig zijn eerst meermalen gekookt. Jonge ongeopende bloemknoppen ingelegd in azijn gebruikt als “armeluis kappertjes”. Tegenwoordig sier- natuurplant. |
| Medicinaal: | Toepassing historisch en folkloristisch: Bij reuma en kneuzingen. Urine-afdrijvend en zuiverend. Plant gold als “lentereiniger”. Tegenwoordig niet meer gebruikt. |
| Spiritueel: | Symbool van het voorjaar en nieuw leven In Keltische tradities geassocieerd met Brigid, de godin van genezing en lente. In rituelen gebruikt om nieuwe levenscycli te verwelkomen. |


