| Naam: | Speenkruid |
| Naam(L): | Ranunculus ficaria |
| Orde: | Ranunculales 3.12 |
| Familie: | Ranonkelfamilie |
| Familie(L): | Ranunculaceae 50 |
| Vindplaats: | Ulestraten Hellingbos |
| Datum: | 26-02-2007 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | De naam Speenkruid verwijst naar de vermeende werking op speen- en borstkwalen bij baby’s en vrouwen; volgens oude kruidengeneeskunde. |
| Culinair: | Speenkruid bevat irriterende glycosiden die bij contact huid- en slijmvliesirritatie veroorzaken; rauw is de plant licht giftig voor mens en vee. Historische toepassing: Door koken of drogen verdwijnt het gif grotendeels; bronnen vermelden dat jonge knoppen en bladeren in kleine hoeveelheden verwerkt werden. |
| Medicinaal: | In sommige Europese tradities werd zalf of extract gebruikt bij huidproblemen. Zie ook herkomst van de naam. |
| Spiritueel: | Het is een van de eerste bloeiers in het voorjaar, daarom geassocieerd met: nieuw leven en vruchtbaarheid. Folkllore: In sommige tradities gezien als beschermplant tegen kwade geesten en gebruikt bij lentefeesten. |


