| Naam: | Sleedoorn |
| Naam(L): | Prunus spinosa |
| Orde: | Rosales 3.26 |
| Familie: | Rozenfamilie |
| Familie(L): | Rosaceae 83 |
| Vindplaats: | Margraten Wegkant hakhout |
| Datum: | 09-09-2006 |
| Voorkomen: | Algemeen |
| Bijzonderheden: | |
| Culinair: | Belangrijk als wilde voedselplant. De bessen zijn rauw zeer wrang, pas eetbaar na de eerste nachtvorst of na invriezen. Gebruikt voor: Sleedoornlikeur / sloe gin. Jam, gelei, siroop. Wijn en azijn. Bloesem soms gebruikt in bloesem thee, siroop of als aromatisch ingrediënt. Let op de pitten bevatten amygdaline, dit kan blauwzuur vormen, niet pletten of meekoken. |
| Medicinaal: | Traditionele kruidengeneeskunde: Bloesem is mild laxerend, reinigend. Vrucht is samentrekkend, tegen diarree. Bast, schors werkt koortsverlagend. Rijk aan polyfenolen, vitamine C en antioxidanten. |
| Spiritueel: | De Sleedoorn heeft een sterke symbolische lading in Europa Door haar eigenschappen: Zeer stekelig verwijst naar bescherming, pijn, lijden. Witte bloesem in het vroege voorjaar verwijst naar hoop, wedergeboorte. Zwarte bessen verwijst naar dood, winter, onderwereld. Christelijke symboliek: Geassocieerd met doornenkroon van Christus, lijden voor verlossing; zuivering door pijn. In Keltische en volksreligie: Beschermplant tegen kwade geesten. Gebruikt in hagen rond dorpen en heilige plaatsen. Symbool voor de donkere helft van het jaar. |


