| Naam: | Doornappel |
| Naam(L): | Datura stramonium |
| Orde: | Solanales 3.36 |
| Familie: | Nachtschadefamilie |
| Familie(L): | Solanaceae 117 |
| Vindplaats: | Wegkant Linne |
| Datum: | 03-07-2026 |
| Voorkomen: | Vrij algemeen |
| Bijzonderheden: | Doorn verwijst naar de stekelige vrucht. Appel verwijst naar de min of meer ronde vrucht. Datura waarschijnlijk ontleend aan een Indiase naam voor een datura soort en zo mogelijk in het latijn terecht gekomen, oorsprong van de naam niet helemaal zeker. Stramonium gaat terug op oude Europese namen voor de plant, echter ook hier herkomst van naam niet zeker, maar ook dit gaat terug op oude naam. |
| Culinair: | Zeer giftig, niet eetbaar alle delen van de plant bevatten trpaanalkaloïden vooral de zaden. Incidenteel gebruikt vanwege haar bedwelmende eigenschappen. |
| Medicinaal: | Een rijke geschiedenis in de geneeskunde, maar vanwege giftigheid zeer gevaarlijk Tropaanalkaloïden kunnen: de speeksel en slijm vorming verminderen; de pupil verwijden; de hartslag verhogen; bepaalde spierkrampen beïnvloeden In de moderne geneeskunde worden deze stoffen gestandaardiseerd als geneesmiddel toegepast, maar niet door gebruik van de plant zelf. |
| Spiritueel: | De Doornappel heeft een sterke magisch-religieuze geschiedenis. In verschillende culturen gebruikt om de hallucinerende werking. In Europa werd Doornappel in verband gebracht met toverij en heksenpraktijken. De plant werd symbolisch verbonden met: toverij en magie; visioenen en extase; dromen; gevaar; geheimzinnigheid. De stekelige vrucht gaf daarnaast aanleiding tot symboliek van afweer en bescherming terwijl de giftigheid juist het beeld opriep van gevaarlijke mysterieuze plant. |





