| Naam: | Zinkviooltje |
| Naam(L): | Viola calaminaria |
| Orde: | Malpighiales 3.23 |
| Familie: | Viooltjesfamilie |
| Familie(L): | Violaceae 75 |
| Vindplaats: | Epen Weide langs Geul |
| Datum: | 03-05-2007 |
| Voorkomen: | Zeer zeldzaam |
| Bijzonderheden: | Het is een zeldzame endemische viooltjes soort uit zinkrijke bodems ( door mijnbouw) in Duitsland, België en een klein aangrenzend gebied in Xuid – Limburg. |
| Culinair: | Bewust gemeden als voedsel omdat hij groeit op metaalverontreinigde bodems, daardoor risico op zware-metaal opname ( zink, cadmium). |
| Medicinaal: | In kruidenboeken niet genoemd, waarschijnlijk omdat de soort pas botanisch laat werd onderscheiden en mogelijk de groeiplaats (mijngebieden) niet verbonden waren met kruidencultuur. Mogelijk bioculminatie van metalen maakt medicinaal gebruik ongewenst. |
| Spiritueel: | Er bestaat geen klassieke religieuze symboliek, wel een hedendaagse interpretatieve betekenis: Groeit waar bijna niets anders overleeft, verwijst naar volharding en veerkracht.choonheid op verstoorde grond verwijst naar zuivering te midden van vergiftiging. Hoop & herstel: Symbool voor natuur die terug keert na industriële schade. Gebruikt als embleem van natuurbehoud; Symbool in ecologische spiritualiteit. In de ecotheologie sttaat Zinkviooltje voor: Leven dat standhoudt ondanks menselijke beschadiging. |


